Oh ja, dat was ik nog vergeten te melden. Omdat ik dus mijn arm gebroken had heb ik gevraagd aan de mensen van cabareteske of ik niet een voorronde mocht opschuiven. Dat was geen probleem zei de vriendelijke juffrouw me. Met als gevolg dat ik nu zondag, 27 april, in Grand Café berlage in Eindhoven 20 minuutjes sta te voorronderen. Dus allemaal megaduimen want ik zal het nodig hebben.

Mocht je in de buurt zijn, je bent méér dan welkom hé.

cheers

Bart

Mijn laatste optreden voor 123 comedy. En dan nog wel in Limburg. Een café. Als ik iets geleerd heb van mijn vorige optredens in cafés is het wel dat mijn cabaretstuk daar niet werkt. Je kan je wel inbeelden waar mijn moed gezakt was. Ik had me voorgenomen om mijn cabaret te laten varen en mijn stand-up routine terug boven te halen. De nieuwe stukken uit mijn voorstelling aangevuld met het oudere stukje over de airbag.

Om het helemaal af te maken bleek dat de eigenaar van het café die avond een dubbele boeking had. Op de bovenverdieping was een feestje. Met prachtige exemplaren van het vrouwelijk geslacht, dat moet ik toegeven. Limburgse meisjes zijn al jarenlang bij de mooiste van Oost-België. Maar één probleem van mooie meisjes is dat het massa’s luidruchtige jongens aantrekt. Met als gevolg dat het lawaai van de eerste verdieping de optredens van de comedians voor de pauze wat in de weg zat.

De sfeer kwam er moeilijk in. Nochtans deden ze erg hun best hoor. Sven Hardies was zoals gewoonlijk goed bezig. Zijn mop met de dildo blijft zeer sterk. Arbi was ook zeer ontwapenend. En Jerry van Dijk lijkt me een talent in wording, maar ze hadden het moeilijk. Het publiek wilde wel hoor, maar je merkte dat de chaos toch wat twijfel in het lachen zaaide.

Ik had er geen goed oog in. Ik zag de titel van deze post al waarheid worden.

Maar ik had ongelijk. Na de pauze kroop er iets magisch over het publiek. Sven smeet als MC nog enkele sterke grappen het publiek in en je merkte dat het wat soepeler ging. Het bier? De gewoonte aan de chaos van boven? De pauze? Meer volk erbij gekomen? Ik weet niet waar het aan lag, maar na de pauze liep het als een tiet op rolschaatsen. Het swingde. Vanaf de eerste grap zat het publiek in ‘the mood’. Ik mocht opbouwen, voorzetten, afmaken, met het publiek spelen, stiltes laten vallen, het werkte.

Zo zie je maar hoe belangrijk een goed eerste deel is. Zonder Arbi, Sven en Jerry had ik het ijs moeten breken, had ik eerst een half uur de mensen in stemming moeten brengen om dan pas goed te kunnen scoren. En het publiek heeft ook een groot aandeel. Als ze afhaken na een moeilijk eerste deel, dan blijft er ook niet veel over na de pauze hé. Herlees de nachtmerrie van een vorige post in Den Buster maar eens.

Als nu die hete chickies van de eerste verdieping mijn optreden nu maar eens hadden gezien en hun schaapkes gewillig naar mijn slachtbank hadden gevoerd, maar helaas… De terugrit was er eentje tussen drie mannelijke collega’s.

Limburg, you Rock.

Cheers

Bart

Gisteren op mijn wezen gegaan. Met mijn voorwiel uitgeschoven op een nat tramspoor. Resultaat … rechterelleboog gebarsten. Tis niet zo heel erg hoor, maar wel lastig. Ik zit nu voor het eerst in mijn leven in een plaaster. Waarschijnlijk zullen de komende optredens lichtjes geschrapt gaan worden, ik ben er nog niet helemaal uit. Muziek spelen is al uit den boze, mijn kostuumke aandoen ook, dan zou het terug 20 minuten pure standup moeten zijn. Twijfel.

Goh, in het Antwerps klinkt alles toch dubbelzinnig hé. Nat tramspoor.

Anyway, mijne linkerwijsvinger is moe van het eenzame typen, kga nog een beetje liggen denk ik, wat dromen van natte tramsporen. Veel natte tramsporen.

Cheers

Bart

Het kan dus. Een week eerder hard op uwen bek vlammen in een ongeinteresseerd cafe dat al leeggespeeld was tegen dat ik op het podium moest en de week daarna een vol tehaterzaaltje in Leidschedam plat spelen.

Ja Dames en heren, u leest het goed. Platgespeeld. En dat met een drievoudige snotvalling en dito keelontsteking. Spelen met de rem op heet zoiets. Maar eerlijk is eerlijk, het was een heel goed publiek. Heel ontvankelijk voor cabaret van een goed niveau.

Smerig hé, smeren ze mij woensdag een joekel van een keelontsteking aan. Zere keel, amper kunnen spreken, doorlopend snot in uwe neus. (btw: van een snotvalling hebben ze in Nederland nog niet gehoord. Dus voor de Nederlanders op deze blog. Een snotvalling is wanneer uwe neus méér snot produceert dan dat uw zakdoek aankan.) Kortom … ziek. Plannen om af te bellen doorkruisten mijn gedachten. Maar gelukkig was ik gisteren toch nog een beetje bij stem. Lichtjes nasaal, dat wel, maar ach, geen Nederlander die daar om maalt. Al heb ik bij het begin van “Held” toch even alle zeilen moeten bijzetten om de juiste toonhoogte en stemmelijke draagkracht te bereiken.

Betekent dit nu dat ik naar de kwartfinale mag? Geen idee. Er zijn zeven voorrondes (ik zat in VR5). 2 Mei is de laatste, dan weet ik meer.

Duimen maar. (en vingers aflikken als het kan.)

cheers

Bart

Hoe hard kan je op uw bakkes gaan en toch nog terug opveren?

Zaterdagavond, Buster. De MC zet de pionnetjes netjes in een line up en ik word als headliner geplaatst. Nu is dat in den Buster geen goed idee aangezien je dan al snel tegen half een aanloopt. Tja, het begint daar pas om kwart na elf. Dus vroeg ik om direct na de pauze te kunnen spelen. Zo gezegd, zo gedaan. Maar ook dat zette geen zoden aan de dijk.

De 4 comedians voor de pauze mogen de bedenkelijke eer op hun hoed steken om het amper gevulde café helemaal leeg te spelen. Ik zat in een zijgangetje mezelf voor te bereiden, maar de akelige stilte tijdens de optredens voorspelde al niet veel goeds. En toen ik tijdens de pauze mijn attributen op het podium zette zag ik enorm veel mensen met een verdwaasde blik in hun ogen het café verlaten. Ik wilde eigenlijk liever met ze mee.

Zijn dit dan de excuses waar ik mezelf achter wil verstoppen? Nee. Ik was niet goed. Punt. Zelfs niet aan de lijn. Ik probeerde, maar ik speelde te verkrampt. Te angstig. Okee, natuurlijk werkt het niet in mijn voordeel dat ik de mensen hun sceptische blik zie als ik een grap maak die niet val. Of als ik mijn absurdistisch materiaal bovenhaal. En uiteraard wordt een humorist zenuwachtig als mensen niet voluit lachen met de grappen. Maar ik was zelf ook niet goed. Als dan halverwege een absurd stuk een halfdronken incognito kerstman  het café al roepend verlaat en me nog een obsceen armgebaar als afscheid kadoo doet, zakt de moed me helemaal in mijn steunzolen. En mijn stem ook. Ik voelde het al net voor het laatste nummer dat ik mijn stem aan het verliezen was en met heel veel pijn en moeite heb ik het einde dan toch nog gehaald. Allez, het einde … mijn einde.

Ik ben in het midden van de plotwending van mijn programma staat daar plots de MC voor het podium. Teken te doen dat ik moet afronden. Gelukkig tussen het publiek. Anders had ik mijn eerste reactie (u kent dat wel, vuist, smoel, veel bloed, weinig tandjes) echt niet kunnen tegenhouden vrees ik. Dat was ook voor mij de druppel om deze laatste doorloop tot een vroeger einde te brengen. Onprofessioneel, ik weet het, maar soms moet je gewoon je hoofd neerleggen en stilletjes sterven.

En hopen dat je enkele dagen later toch terug opveert. Vrijdag weten we of het gelukt is.

Cheers

Bart

Hoi,

op 13 april, da’s ne zondag, mag ik de voorrondes spelen van het vierde grootste cabaretfestival van Nederland. Ja, ge moet blijkbaar echt naar Nederland uitwijken om een degelijk festival te vinden. Wanneer gaan ze in Vlaanderen eindelijk eens een humorfestival houden. Het eerste echte serieuze moet nog geboren worden.

Vorig jaar gewonnen door TBJ en dan krijgt ge dus een gouden kabouter. De bronzen kabouter was voor Filip Haeyaert. De oplettende lezer zal gemerkt hebben dat links onderaan een linkje naar zijn site staat. Binnenkort speelt hij eens in Antwerpen, allemaal gaan kijken, tis de moeite.

Mais bon, op 13 april dus. Ge moogt allemaal komen hé. Het is in Eindhoven. da’s niet al té ver hé. En dan kan je gelijk eens een kroketje uit de muur trekken. Of een Bami schijf, als ge in uwen avontuurlijke zijt.

cheers

Bart

Op 1 Maart speel ik de “wedstrijdversie” van mijn voorstelling in Cafe Buster (op de kaasrui, da’s aan de grote markt. Het straatje naar de melkmarkt, met al die karaokeclubs.). Inkom is gratis.

Het zou tof zijn als je langs kwam en me achteraf wat bruikbare feedback gaf. Het weekend daarna sta ik immers in Leidschendam het beste van mezelf te geven op het Camuz festival (de voorronde) en ik zou er toch graag de finale halen. Dus elke feedback is welkom.

cheers

God, wat doe ik hier, flitst het door mijn hoofd als ik de line up van het open podium zie. 3 Muziekbands en ik als enige cabaretier. En dan ga ik nog een experiment uitvoeren om al mijn materiaal in 20 minuten te proppen. Als dat maar goed afloopt.

Bij het opengaan van de deuren stonden er vijf mensen te wachten. Mijn ouders en hun gezelschap. Tien minuten later zat er al twaalf man in de zaal, tegen de tijd dat ik het podium op moest zat de zaal halfvol (o jee, nu ben ik plots gekwalificeerd als optimist). En zoals je wel weet is dat dodelijk voor humor als de mensen in een halfvolle zaal verspreid zitten.

De opkomst werd maar matig onthaald. Waar er in veel settings al een beetje gegniffeld wordt, bleef het hier muisstil. Een beetje zoals verwacht, dus liet ik me niet direct uit het lood slaan. Het is nu eenmaal niet gemakkelijk voor een publiek om van receptief luisteren naar proactief jezelf tonen via lachen over te schakelen. En tot aan het eerste liedje bleef het moeizaam. Af en toe gegrinnik, hier en daar een luidere lach, soms een kort salvo dat vrij snel weer inzakte, maar al bij al, redelijk volgens de verwachtingen. Een publiek dat niet weet dat het naar cabaret komt kijken (of als je de eerste humorist van de avond bent) heeft altijd wat opwarming nodig.

Na het eerste liedje ontdooide de zaal geleidelijk. Het was zeker niet het uitbundigst optreden, maar ik mag zeker niet klagen. Je kon voelen dat de mensen geboeid werden door de verhaallijn en dat ze toch luider durfden lachen op de grappige momenten.  Langzaam gaf het publiek zich gewonnen en werden ze meer en meer in het optreden gezogen. Het applaus op het einde was dan ook echt gemeend, dat kon je voelen. Hard gewerkt, maar daarom niet minder waardevol. Dit was een, terecht, kritisch publiek dat hoge eisen stelde. Maar aan de reacties achteraf kon ik afmeten dat de voorstelling ook op 20 minuten overeind blijft. (Een journalist van de Gazet van Antwerpen heeft een stukje geplaatst in de krant, morgen hier meer over).

Merci Arenberg. Omdat jullie jezelf niet zo snel gewonnen gaven en me echt wel lieten werken. Ik heb het gevoel dat ik weer een stap vooruit ben.

Voila, en na de foyer en de kleine zaal, nu de grote zaal hé.

cheers

Bart

De man met de sterretjestrui, die moest ik hebben. De gebuikte oudere rocker verwees me zeer behulpzaam naar Jonathan (Milow). Ik was in het depot. Een uurtje later zou ik met iemand anders zijn gitaar op het podium staan. gelukkig wel met mijn eigen liedjes.

Stom hé. Je bereid alles goed voor. Staat minstens drie keer per dag in je woonkamer de songs te oefenen, loopt alles vijf keer na voor je vertrekt, doet je stoere boots aan en poetst twee keer je tanden. Dan kom je daar aan en blijkt je batterij en het houdertje voor in je gitaar nog thuis te liggen. How stupid can you be. Gelukkig mocht ik de gitaar van Jasper lenen. Een jonge singer-songwriter met een hele goede stem en werkbare nummers, maar een waanzinnige podiumblik (althans volgens de dames in het gezelschap, ik was dan al lang backstage aan het stressen ;o). Och, zo heb ik ook eens op een mooie Takamine gespeeld van misschien wel de nieuwe jonge rockgod. Wie weet, wie weet. (Hai, jasper, do you still remebert your eigen that I played on your Gitaar in den depot een while terug?)

Het optreden? behoorlijk. Niet geweldig, maar niet slecht. Bruikbare feedback gekregen (waarvoor dank Peter en Kurt) en verbazing dat ik beter zong dan ze verwacht hadden (wat ze dan wel verwacht hadden is niet echt ter sprake gekomen). Al bij al een goeie doorloop voor het optreden in De Arenberg van Zondag.

Ga. Nee echt. Ga naar dat Depot. Die open mics zijn best leuk. Je komt nog eens buiten. Ziet jonge artiesten hun meest kwetsbare zelf tonen. En het is gratis. daar kan FC de kampioenen toch niet tegenop hé.

Cheers

Bart

Het depot organiseert elke maand een open mic voor singer song writers. Vorige week een goeie vriend gaan besupporteren (www.tricksforagnes.com) en dan kreeg ik me daar toch wel ineens goesting om zelf eens met twee nummerkes op dat podium te staan. Ik heb de Milow (den echte, van dat groepke van de Milows, de mens organiseert dat hé) eens bij zijn strepen truitje  vastgegrabbeld en gevraagd of ik ook eens op dat podium kon staan.

Sterker nog. Op 7 februari is het zo ver, dan breng ik de twee liedjes uit mijn voorstelling (Held en Vleugels) in Het Depot in Leuven. Lijkt me ideaal om mijn optreden in De arenberg voor te bereiden.

Kom maar af, tis toch gratis.

cheers

Bart

« Vorige PaginaVolgende Pagina »